Toen ik in Noorwegen was las ik een bloedspannend boek met een zenverhaal erin. Boeken lezen, echt zo’n vakantieactiviteit. Dus nu ik hier in Amsterdam op vakantie ben plan ik de hele stapel in mijn vakantiehuis door te ploegen. Er staat genoeg interessants tussen. Maar goed, het verhaal (uit ‘Ik ben Pelgrim‘, van Terry Hayes, een absolute aanrader):
Hoe vang je een aap?
Doe een banaan onderin een emmer, met een vuistbreed gat erboven.
Wacht op de aap.
De aap grijpt de banaan die niet door het gat kan.
De aap zit vast, omdat hij weigert de banaan los te laten. Vang de aap.
(Let wel dat het een zenverhaal is. Elke aap die enigszins bij zijn verstand is zou de banaan opgeven en wegrennen als de apenvanger nadert)
Maar de zenverhalige aap is dus niet bereid los te laten.
Sukkel?
De les van het verhaal is: Zo ben jij. Je denkt dat je klem zit, maar je wordt vrij door los te laten.
Maar Anna, is dat relevant voor mijn verlangen mijn leven als één grote vakantie te beschouwen?
Ja.
Want ik vraag me af hoe ik mijn vakantiegevoel ‘vast kan houden’. En wat ik ‘moet’ doen om een vakantiegevoel te houden. En ik hoor de negatieve criticus in me al steigeren: ‘Het kán niet altijd vakantie zijn. Er moet ook gewerkt worden. Er zullen ook dingen onprettig zijn. Je kunt niet altijd feestvieren.’
Ik wil juist dat soort opvattingen over mijn dagelijks leven loslaten, als ik weer terug ben.
Want de criticus gaat er van uit dat werk niet als vakantie kan voelen. Dat er in het leven nu eenmaal (misschien voorál) ook geleden moet worden. Dat een vrije dag niet fijn is als het regent. En dat alles op vakantie prettig moet zijn. Dat alles wat géén vakantie is per definitie suckt.
Onzin, weet ik nu ik mijn vakantie eens wat dieper doordenk.
Het is een kwestie van je opvatting over het dagelijks leven (en de rol van het ‘lijden’ daarin) aanpassen. Er kunnen minder leuke of fijne dingen zijn. Op vakantie moeten de kopjes immers ook worden afgewassen. Wordt ook ruzie gemaakt. Is er ook onbegrip, eenzaamheid, frustratie. Is niet erg. Hoort bij de vakantie.
Ik ben erbij en alles is goed zoals het is. Daar op vakantie ben ik bewuster, in het moment zie ik de bloemen, de zon, de geveltjes. Voel ik de wind, de regen, de warmte. Ruik ik het gras, de stad. Klinkt mijn omgeving, daar waar ik ben.
Was ik in Noorwegen misschien in een ashram? Nope. Ben ik nu dan misschien op meditatievakantie? Evenmin.
Ik hou vakantie, thuis.
Ik heb mijn eerste vakantieweken er al weer op zitten. Ik heb gefietst in dit mooie land, ik heb van de regen en de zon genoten, en ik was twee interessante weken lang op mijn vakantiebaantje. Ik ging hardlopen door de buurt van mijn gehuurde vakantiewoningkje. Het klimaat was tropisch, zoals je van een vakantiebestemming mag verwachten.
En we gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet…
